Hoe voorrecht het verliest van verplichting

Plotseling schiet er een trein rakelings langs me heen. Ik schrik me kapot. Twee stappen meer naar rechts en ik ben er geweest. Nog voordat de trein voorbij is komt er twee stappen línks van mij nóg een trein langs.

door Rick Bosch van Drakestein

Onderwijsdeskundige

Hoe voorrecht het verliest van verplichting

27 June 2020

Lessen langs het spoor

Plotseling schiet er een trein rakelings langs me heen. Ik schrik me kapot. Twee stappen meer naar rechts en ik ben er geweest. Nog voordat de trein voorbij is komt er twee stappen línks van mij nóg een trein langs. 

Ik sta er maar even bij stil. Niet alleen omdat ik natuurlijk toch geen kant op kan, maar figuurlijk sta ik er ook even bij stil. 

In mijn geestesoog zie ik het: tussen de twee razende treinen in zit een tiental kinderen, op de grond tussen de keien. Op kleine kussentjes. Voor zich hebben ze rekenmachientjes in verschillende formaten en een pen en een schrift waarin wat cijfers staan gekrabbeld. Vrijwel tegelijkertijd leggen ze hun handen over hun oren wanneer het razen begint. Wanneer de treinen weer voorbij zijn kijken ze allemaal weer naar voren, naar hun leraar. 

Lessen langs het spoor
Daniël, de docent die tussen de twee treinsporen les gaf

Het is zo’n bizar beeld dat ik er even van met mijn ogen knipper. Daniël, de Indonesiër die dit allemaal aan ons vertelt was vroeger die leraar. Nog geen 30 jaar geleden gaf hij les aan kinderen tussen twee treinsporen in. Heel even zouden ze pauze hebben als een trein langsreed; dan zouden ze hem toch niet verstaan. Het was puur toeval dat ik Daniël leerde kennen in Batavia, de Nederlandse binnenstad van Jakarta. Inmiddels werkt Daniël als hoofdrestaurateur om Batavia te herstellen. Hij kon dan ook alles vertellen over de Nederlandse geschiedenis in de hoofdstad van Indonesië.

Maar het verhaal van Daniel, die jarenlang kinderen tussen twee treinsporen les gaf, is één van de dingen die me het meest bijblijven. Het liet me het onderwijs in een nieuw licht zien. Ik leg uit in wat voor licht. 

Het was acht maanden geleden dat ik bij de printers van het Jan van Brabant College stond. Ik moest nog voor 3 klassen toetsen printen, want die zouden twee dagen later in de toetsweken afgenomen worden. De repro kon ze niet meer printen, dus ik moest het zelf doen. Eerst ging het fout met de nietjes. Opnieuw. Toen ging het fout met dubbelzijdig. Opnieuw. Toen moest ik de toetsen in enveloppen stoppen. Één toets op extra groot formaat voor de dyslectische leerling. Tweeëntwintig in de ene envelop, zesentwintig in de tweede, zevenentwintig in de derde. En toen zag ik een fout op de toets. 

Er knapte iets. Al die kleine dingen die ik zo lang accepteerde als onderdeel van het lesgeven kwamen nu bij elkaar in één zin: 

“Dit is niet waarom ik ben gaan lesgeven.”

Deze gedachte teistert niet alleen mij, maar een hele hoop jonge docenten in Nederland, blijkt uit dit artikel van Vrij Nederland. Het lesgeven an sich is het probleem niet. Het gaat om de taken er omheen. Als docent geef je niet alleen les en kijk je na, maar elke week zijn docenten ook bezig met teamvergaderingen, cijferadministratie, toetsen maken, afdelingsvergaderingen, oudergesprekken… Het is misschien wel de grootste reden voor het lerarentekort. 

En nu sta ik te kijken naar een zeer onwaarschijnlijk klaslokaal. Een boekenloos, murenloos en zelfs dakloos lokaal tussen twee treinsporen. Het plaatst alle printproblemen, alle droge vergaderingen, alle discussies over digitaal lesgeven, alle administratieve rompslomp, en nog veel meer problemen in een ander perspectief. 

Wij hebben tenminste printers. We hebben de gelegenheid om te overleggen met collega’s.  Wij hebben de optie om digitaal les te geven. Wij kunnen tenminste data over onze leerlingen uitwisselen. 

Lessen langs het spoor: de huizen van de leerlingen

Dit is natuurlijk iets wat we vaker vergeten, en inmiddels wat cliché: onze luxepositie. Want aan die luxepositie raken we gewend en schieten we zelfs door door onszelf dingen op te leggen: we moeten printen, we moeten vergaderen, en we moeten digitaal lesgeven.

Daarin verliezen we de waardering voor wat voor mooi onderwijs we eigenlijk hebben. En niet alleen wij. Ook onze leerlingen. 

Toen ik Daniel vertelde hoe een groot deel van mijn leerlingen in de klas zit en hoe ik vroeger zelf in de klas zat, geloofde hij het niet.  Nee, hij begreep het niet. Ik dacht dat hij versteld zou staan, maar hij ging gewoon door over iets anders. Hij begreep het niet. Hij kon niet bevatten dat leerlingen in een lokaal met stoelen, bureaus, boeken, en zelfs laptops geen zin hadden om naar school te gaan. En hoe kunnen we dat ook bevatten? Het is zo’n geweldige kans om te leren! Waarom zou je daar nou geen zin in hebben?

Printerproblemen. Wie kent het niet?

Het is een verplichting. Sommige leerlingen hebben nooit zin in school. Collega’s zeiden dat ik dat maar moest accepteren toen ik net begon met lesgeven. Ik vond dat heel moeilijk. Ik heb soms nachten wakker gelegen, al nadenkend over hoe ik ze zou kunnen motiveren. Zelfs met de gekste verhalen of spellen, lukte mij dat zelden. 

Ik zie nu dat het komt door hun gevoel van verplichting net als dat dat bij mij bij die printer was. Als het ons verplicht wordt, dan verliezen we het gevoel van waardering. Dan verliezen we het besef dat ons onderwijs decennialang is opgebouwd tot wat het nu is. 

Ik zie het ook bij leerlingen. Zij die zonder verplichtingen van hun ouders (of van zichzelf) in de schoolbanken zitten, zijn veel gemotiveerder om iets te leren. Wanneer ouders van hun kind verwachten dat ze VWO doen en later gaan studeren kunnen zowel ouder als leerling hier in doorschieten. Een leerling kan een verwachting als verplichting gaan zien. Wanneer dat gebeurt zie ik die kinderen gedemotiveerd of gestresst op school. En als ik zelf -zonder verwachtingen van mijn leerlingen, van de schoolleiding of het ergst: van mezelf- les ga geven, dan geef ik lachend les. Dan lach ik om de leerling die een gevatte opmerking eruit flapt tijdens mijn uitleg. Dan geniet ik van de schoolbel die me naar het lokaal roept. Dan geniet ik van het alert zijn wanneer ik iets print en het niet opnieuw hoef te doen. 

De edele kunst van verwachtingen

Ik probeer niet te zeggen dat we helemaal niks moeten verwachten in het onderwijs. Het verschil zit hem in de scheidingslijn tussen verwachtingen en verplichtingen. Ik denk wel dat we van leerlingen kunnen verwachten dat ze hun best doen om op te letten en mee te doen, maar ik denk niet dat we van ze kunnen verwachten dat ze altijd opletten en meedoen, en ze dat ook niet te verplichten.

En daar sluit ik mee af. Ons bevoorrechte onderwijs –waar we boeken, digiborden, en opgaven ten overvloede hebben– verliest het zodra het verplicht wordt om al die middelen te gebruiken.
Dan kunnen we beter teruggaan naar de tijd dat we maar één boek hadden om te lezen, en die twintig keer lazen omdat we zo blij waren te kunnen leren. Dan kunnen we beter teruggaan naar het systeem waar we geen laptops hadden, maar we zo blij waren als de docent tv-kar aan kwam rijden en een educatieve film op zette. Dan kunnen we beter teruggaan naar het moment waarop we alleen een klassikale uitleg hadden, maar we zo blij waren als een paar woorden ons naar het “ooooh-nu-snap-ik-het”-moment konden leiden.

Als we dan zo hard hebben gewerkt voor ons bevoorrechte systeem, laten we dat dan nuttig gebruiken.

Laten we onszelf niet verplichten. 

Deel dit artikel

door Rick Bosch van Drakestein

Onderwijsdeskundige